Virologen zijn er, voor zover bekend, tot op dusver niet in geslaagd een specifiek antilichaam te maken tegen het Mexicaanse griepvirus. Maar zodra dit antilichaam beschikbaar is, kan Ostendum binnen vijf minuten detecteren of iemand besmet is met het virus. De ‘Ostendum-detector’, zoals het bedrijf het apparaat voorlopig noemt, maakt gebruik van een lab-on-chipsysteem en laserlicht.
‘Het enige wat we nodig hebben is een antilichaam en een bloed- of speekselmonster’, leggen Aurel Ymeti en Alma Dudia van Ostendum uit. Ymeti richtte het bedrijf in 2008 met behulp van de UT International Ventures op. Daarvoor was hij aan de UT gepromoveerd op de werking van de detector. Het prototype dat Ostendum deze week presenteerde, is niet groter dan een kassa en kan eenvoudig verplaatst worden.
‘Als we een bloedsample binnenkrijgen, dan verdunnen we het eerst en leiden het in een chip met vloeistofkanaaltjes’, schetst Ymeti de werking van het apparaat. ‘In dat vloeistofsysteem zitten sensoroppervlakken en daar vindt binding plaats tussen het antilichaam en het specifieke virus dat we willen detecteren. Op de chip richten we het licht van een laser. Als er binding plaatsvindt tussen antilichaam en virusdeeltjes verandert de snelheid van het licht. Dat kunnen we van een scherm aflezen.’
Een belangrijk voordeel ten opzichte van andere methoden om virussen op te sporen is de snelheid. De Ostendum-detector geeft binnen vijf minuten uitsluitsel, terwijl bij oudere, bestaande methoden dit enkele uren of zelfs dagen kan duren. ‘Die technieken zijn veel arbeidsintensiever’, verklaart Dudia. ‘Je hebt daarvoor een laboratoriumopstelling nodig en speciaal opgeleid personeel. Onze methode is veel makkelijker in het gebruik.’
De detector van Ostendum is bovendien minstens zo gevoelig als andere methoden. Volgens Ymeti wordt een virus al opgemerkt als er slechts enkele virusdeeltjes in het monster zitten. ‘In theorie kan het een enkel deeltje opsporen, maar in de praktijk is dat niet nodig omdat in samples altijd meerdere virusdeeltjes zullen zitten’, aldus Ymeti.
Doordat de detector niet alleen virussen in vloeistoffen kan opsporen, maar ook eiwitten, DNA of bacteriën kan het apparaat ook voor andere dan medische toepassingen worden gebruikt, bijvoorbeeld in de voedingsindustrie.
Of het bedrijf met dit apparaat een enorme klapper maakt, durft Ymeti niet te voorspellen. ‘Je moet voorzichtig zijn. Wij gaan bovendien liever iets later naar de markt met een goed product dan snel met een apparaat dat niet perfect werkt.’ Eind 2010 hoopt Ostendum de markt te kunnen betreden met de detector. Het product geniet al veel belangstelling van onder andere ziekenhuizen, laboratoria en enkele multinationale ondernemingen. Ymeti: ‘Het ziet er gunstig voor ons uit, we hopen dit ritme vast te houden.’ Nu nog is Ostendum gehuisvest in de Zuidhorst. Het bedrijf krijgt onder andere ondersteuning van de High Tech Factory (HTF), de productiefaciliteit die in de huidige cleanroom zal worden ingericht als het nieuwe NanoLab klaar is. Ostendum verplaatst de productie van de chips dan naar de HTF.
![]() |
| Aurel Ymeti en Alma Dudia van Ostendum bij hun prototype. Foto: Arjan Reef. |
